het Wezen van de Kut

(uit de scène Masturberen kun je leren – over het verlangen naar verdieping – van de voorstelling “Joki speelt Naakt“)

Eigenlijk, is masturberen hetzelfde als communiceren, maar dan met jezelf.

Ik zeg altijd maar: “Seks is de daad bij het woord voegen.” En seks met jezelf is dan goed naar jezelf luisteren, zodat je kunt doen wat je zegt. Of kunt zeggen wat je doet. Dat je met jezelf gaat kloppen.

Daarbij is een kut wezenlijk anders dan een pik. De pik gaat over eenheid. Die kan ergens voor óp komen. Maar voor de kut ligt het anders. Àls er iets voor haar opkomt, begint zij pas haar besef te krijgen, dat ze open kan. Dat ze niet één ding is, maar twee. Twee schaamlippekes. Ze kan zichzelf in tweeën te delen.

En daarmee begint het leven. Ook een bevruchte eicel, begint eerst zich te delen.
Dat is het beginsel van het bestaan en het Wezen van de Kut: de Verscheurdheid. Het gevoel dat je jezelf eerst kende en dat je daarvan afgescheiden raakt.

Waar ben je nou gebleven?
In plaats van naast mij ben je overkant
Waar zijn we nu beland?
Ik kan je niets meer zeggen
De woorden klinken hol en kaatsen terug
Hoe sla ik een brug?
Oh…hoe vind ik jou

Want het ìs niet allemaal zo makkelijk in het leven. Soms kun je nergens heen met wie je bent en wat je zou willen. En soms is de enige manier van overleven om iets van jezelf dan maar even in de koelkast te stoppen. Je gaat denken dat je zonder kunt. Je gaat denken dat je het nooit gehad hebt. Je gaat denken dat het niet bestaat. Je bent de verbinding kwijt geraakt…

Maarrrrr…. ergens in je cellen is het nog opgeslagen. Mensen zien dat aan je. Jij allang niet meer. Dat is hoe conflicten ontstaan: dat mensen iets zien en dat jij dan denkt: neeeeeee, daar zit niks. En dat ze je dan óók nog eens extra gaan wijzen: daahaar, dáár zit het! En ook al klinkt dat een beetje gek: dat zijn de mensen die voor je op komen. Dat zijn de momenten dat communicatie niet meer te houden is, dat je ópen gaat. Dat zijn momenten dat je hart gaat kloppen op plekken die je niet meer wist. De momenten dat íets dat je hebt weggestopt op het punt staat gevonden te worden.

Ik wist je nog in m’n vezels
Ik noem je naam zacht èn ik vermoed je weer
Ik proef het nog een keer
Je gaat weer in me open
Ik zocht je zo ver weg maar je zit in mij
ik vrij me in je vrij
Oh… ik vind je zo… lief

En de meest geheime dingen, die je hebt weggestopt en die bijna niemand ziet, ziet degene die met je vrijt. Omdat die je aanraakt op plekken die DIEP in je liggen. Die je alleen maar openstelt als je voldoende vertrouwen en ontspanning als basis hebt. De dingen waar je niet over kunt praten, alleen maar voelen. En waar je met degene, met wie je vrijt, een geheel eigen taal voor maakt. Maar daarover de volgende keer meer.

Wat heb je daar dus voor nodig, voor communicatie, even recapitulerend? Je hebt dus geen eenheid nodig, maar tweeheid. Een tweeheid die helemaal tegenover elkaar staat. Zoals de dag en de nacht, het positieve en het negatieve, het alleen en het samen. En daartussen is niets. Of eigenlijk: de verscheurdheid, of met andere woorden: de Kut. En het samenspel tussen die twee, dàt is de communicatie. En daaruít kunnen verrassende dingen ontstaan.

 

Een gedachte over “het Wezen van de Kut”

Reacties zijn gesloten.