Lieve ome Jan,
ons gezin is een gezin van weinig woorden. Althans: als we bezig gaan. En als we verdrietig zijn, dan gaan we hard bezig. De dagen in aanloop naar de begrafenis heb ik dat weer gemerkt. En voor het eerst heb ik dat zeer gewaardeerd. Het bleek namelijk dat m’n broers en zussen me verstonden, zonder dat ik ook maar iets uit hoefde spreken.
Ook het in memoriam kwam zo tot stand. Ik heb daar als een waakhond op gezeten, omdat ik wilde dat m’n vader goed gezien zou worden. Ik heb gezien dat het eerst helemaal een kant op ging die ik niet zag zitten, en uiteindelijk, toen ik het eindresultaat vreesde, bleek dat Sjaak toen hij persoonlijk werd, precies de kern pakte van hoe ook ik m’n vader heb ervaren. Als iemand zonder woorden, die naast je stond. En hoewel ik de eerste dagen na m’n vaders dood alleen maar kon zien hoe we allemaal op een eilandje bezig waren, ogenschijnlijk zonder samenhang: gaandeweg bleek de samenhang juist vanzelfsprekend te zijn. Daar hoefden we geen woorden aan vuil te maken.
Ik vond het hartverwarmend en ontroerend om te zien, dat m’n vader dit zo goed aan ons heeft overgebracht.
Ik had er behoefte aan om u dat nog even te schrijven, om te laten weten wat er onder de oppervlakte leefde.
En speciaal voor u schrijf ik een voorval met m’n vader, dat van grote betekenis was voor mij persoonlijk.
Toen ik een jaar of 18, 19 was, reed ik met een collega mee naar Taizé. Misschien kent u het wel: een klooster in Frankrijk, waar veel jongeren uit heel Europa samenkwamen om te praten over God en aanverwante zaken. Ik heb geloof ik niet zo veel gepraat over God: ik heb met open mond zitten kijken naar hoe mensen samen zijn, hoe verbonden ik me kon voelen en wat je allemaal nog meer in een kerk met veel mensen kon doen (zingen, uuuuuren zingen, midden in de nacht). Het was de zomer na m’n eerste jaar buitenshuis en m’n vader had zojuist z’n eerste hartinfarct gehad. Na de vakantie had ik nog niets om handen en m’n moeder suggereerde dat ik thuis nodig was, dus kwam ik thuis.
Ik was maar een week in Taizé geweest en helemaal verliefd op een leven met zo veel nabijheid. Hoe dat thuis kon voelen, wist ik nog niet, maar dat m’n ogen anders stonden was wel zeker. Op een dag vond ik tussen de rails van de lorry een prachtig bloemetje. Heel fijntjes, rood, hele tere blaadjes, gele stuifmeeldraden en een paars/violette kern. Ik had nog nooit zo iets moois gezien. En zeker niet op het land van m’n vader, waar ik al zo veel jaren had rondgekropen. Toen m’n vader aan kwam lopen en ik het hem liet zien, zei hij:”Oh moid, dat is het grôotste onkruid dat er bestaat!” Het moest dus weg.
De laatste tijd herinner ik me dit voorval. Het is misschien geen voorbeeld van hoe m’n vader me altijd gesteund heeft. Het heeft mij wel erg doen beseffen dat opvoeden per ongeluk gebeurd, op de momenten dat je hoofd eigenlijk ergens anders naar staat. En het heeft een soort verbond gesloten tussen m’n vader en mij.
Ik heb beseft dat ik een grote innerlijke drang heb om schoonheid hoog te houden, waar anderen onkruid zien. En misschien heb ik altijd wel het verlangen gehouden om m’n vader ook zo naar z’n onkruid te kunnen laten kijken. In ieder geval heb ik ervaren, dat dat m’n rol was tijdens z’n ziek zijn, de laatste jaren. Ik heb gezien dat, hoe meer z’n angst en z’n verwarring naar buiten kwam, hoe meer zijn zachtheid en fijngevoeligheid ook zichtbaar werd. En z’n kracht en vastberadenheid. Het is misschien een beetje raar om te zeggen, maar tot het eind toe heb ik van hem genoten. Ik vond het geweldig, hoe hij op zo hoge leeftijd nog zulke wezenlijke dingen met zichzelf en m’n moeder aan durfde gaan.
Ooit heeft hij me, toen we naar z’n ouderlijk huis in de Weere waren wezen kijken, gezegd dat hij dacht dat hij misschien ook wel leraar had willen worden, als hij niet zo vanzelfsprekend z’n ouders was gaan helpen. Ik heb steeds gedacht dat ik m’n vader wilde opvolgen, maar het tuindersvak leek me te eenzaam. Maar toen hij me dat verteld had, dacht ik: ja, dat is wat ik bedoel. Hij was een leraar die alles gewoon voordeed en die ik wilde navolgen, gewoon omdat ik de schoonheid van zijn doen wilde evenaren. En omdat hij het vermogen had me het gevoel te geven dat ik bij hem wilde zijn.
Kijk: als ik over m’n vader ga beginnen kan ik vellen volschrijven. Daarom is het maar goed dat iemand van minder woorden het officiële gedeelte heeft gedaan.
Veel liefs