Jeruzalem

lieve ome Jan,

ik had u nog beloofd het verhaal van Lucas en zijn vriend Fred (die we in het kort altijd Hak noemden) te sturen. Over hoe ze in Jeruzalem kwamen. Het is het verhaal van jeugdige mannen, zo anders dan hoe u er over vertelde. Maar soms lees je in avonturen al de symboolwaarde van de ervaringen.

Dit schreef Fred:

Goed, Israel dan.

Mijn vader was joods, met alle gevolgen van dien. De familie aan mijn vaderskant is voor het grootste deel in de kampen verdwenen. Mijn vader en zijn broer hebben het overleefd door onder te duiken. Daarna was er weinig verhaal, en wat er was, was onbespreekbaar.

Het was in mijn tweede studiejaar, dus rond 77-78, dat ik besloot “wat aan mijn roots te doen”, zoals dat tegenwoordig heet. Ik regelde een studenten uitwisselingsprogramma in Jeruzalem, beetje neuro-anatomie achtig, want dat was een big topic in het derde jaar.  Lucas zat destijds in één van zijn befaamde apatische episoden (of misschien was hij wel voortdurend apatisch, wie zal het zeggen). Maar op eerdere tochten had hij zich geopenbaard als aimabel reisgenoot, dus stelde ik voor mee te gaan, in de hoop wat meer leven in de brouwerij te krijgen (volgens mij aardig gelukt, omdat hij kort daarna met de opleiding in Santpoort is begonnen, dacht ik).

Ik arriveerde als eerste in Israel, omdat Lucas pas een paar dagen later een ticket kon regelen. Tijdens de vlucht had ik aanspraak met een Nederlandse jongen die wiskundeles ging geven aan Palestijnen. Dus zodoende kwam ik mijn eerste nacht terecht in Ramallah, aan de verkeerde kant van de grens, bij de Palestijnse familie waar hij zou gaan logeren, en mijzelf zeer gastvrij is ontvangen. De volgende ochtend was de reis naar Israelisch grondgebied een belevenis op zich. Men reist daar vaak per “sherut”, een soort taxidienst, maar dan met vaste routes. Een sherut gaat pas rijden als alle plaatsen vol zijn. Nu zie je veel busjes, mijn eerste sherut was een soort verlengde Mercedes. Ik zat opgepropt tussen de overige passagiers,  allemaal Arabische types in traditionele Arabische woestijnkledij. Gezamenlijk moesten we lijdzaam de zwaar bewapende Israelische bewakingsposten passeren. De Arabische types werden uitgebreid gecontroleerd op papieren en bagage.  Mij werd door de zonnebrillen geen blik waardig gegund. Een soort omgekeerd etnisch profileren avant la lettre !

Eenmaal in Jeruzalem bleek de wereld weer wat vertrouwd westers, maar net iets anders. Snel bewegende mensenmassa’s. Sabbath (beetje te vergelijken met onze zaterdag en zondag, behalve dat het daar vrijdag en zaterdag is). Keppeltjes. Druk gebarende mensen. Kleuterklasjes met kleuterjuf met uzi over de schouder. ‘s Morgens had ik meestal een programaatje bij Haddasah Universitair Medisch Centrum. ‘s Middags liep ik een beetje rond in Jeruzalem. Na een paar dagen haalde ik Lucas op bij Ben-Gurion Airport. Tijdens de vlucht had hij aanspraak gemaakt met een meisje, die zou doorreizen naar een kibboets noordelijker in Israel. Lucas zou haar ‘s morgens naar het busstation vergezellen.  Toen ik ‘s middags thuis kwam: geen Lucas. De volgende dagen eveneens: geen Lucas. De hypothese dat Lucas naar het noorden was vertrokken leek steeds aannemelijker. Totdat ik op een middag door een drukke winkelstraat liep. Wie schetst mijn verbazing toen ik Lucas slenterend zag aankomen met de blik strak op de grond voor zich.   Nadat hij mij zonder herkenning voorbij was gelopen, draaide ik mij om en sprak tot zijn rug onze welkomsgroet: “HA DIE KLOOT !”. Lucas draaide zich om, en nadat bepaalde cognitieve processen met enige vertraging hadden plaats gevonden, riep hij: “HAK !”.

Na enige tijd besloten we Israel wat nader te verkennen, dus we trokken als Nederlandse boys naar de kust. Alwaar we rond Tel Aviv op het strand hebben geslapen. Althans voor zover mogelijk, want ‘s nachts bleek een soort zandvlo tot leven te komen, hetgeen de nacht nogal jeukerig maakte. Zo trokken we noordwaarts langs de kust, totdat we een nieuwe wet leerde kennen. Destijds leefden we vooral op falafels, cola en shag. Colaflesjes hebben trouwens dezelfde vorm als hier, alleen er staan Hebreeuwse letters op, hetgeen er erg cool uitziet ! Shag kon je toen in Jeruzalem alleen krijgen in 1 klein winkeltje (inclusief vloei!).  Het kon wel eens gebeuren dat als we onze shagjes zaten te draaien, dat er opeens een opgewonden menigte ontstond. Meestal begreep je er niets van, tot er opeens wat Amerikaanse jeugd tussen zat (soms kwam je daar opeens Amerikaanse jeugd tegen, net als je een ambulance tegen kon komen met het opschrift: “this ambulance was donated by American people”): “Look ! They are making their own cigarettes !”.    De wet was clean and simple: “Indien men zich in een kustgebied zijnde, slechts enkele kilometers inlands begeeft, kan het zijn dat, uitgaande van dezelfde levensbehoeften, een sterke daling van  uitgaven plaats vindt”.  Aldus gedreven door economische wetten, gelijk elektrische partikels in een magnetisch veld, kon het zijn dat de algemene koers zich meer in oostelijke richting ging afbuigen.

Een beeld staat me nog steeds helder voor de geest. In het donker ploeterend met onze rugzakjes, kwamen we plotseling op een soort verlichte weg waar tientallen, misschien honderden mensen heen en weer liepen. Gebiologeerd voegden we ons in de massa. Na een paar rondjes te hebben gelopen, riepen een paar mannen ons aan, en hebben we een gesprek gehad. Het bleek een dorp (Kibboets) die zo ontspande. Ook sliepen we soms ergens op een heuvel met sterren zo sterk zichtbaar boven je hoofd, dat je er duizelig van werd. Uiteindelijk hebben we een kibboets bereikt vrij ver in het noorden: Kirjat Sjmona. Je hoorde als het ware de raketten uit Libanon overvliegen, bij wijze van spreken. Vandaar zijn we weer zuidelijk afgezakt langs het meer van Tiberias (waar Jezus over het water heeft gelopen).

Nog verder in zuidelijk gebied kwamen we in het donker aan in de stad Nablus. Zonder het te weten Palestijns gebied. Een paar mannen spraken ons aan, en we hebben gelogeerd gratis voor niks in een zeer gastvrij familiegezin. Inclusief een oma met zeer oedemateuze benen, wijzend op een  laag niveau van het plaatselijke gezondheidszorgsysteem. Over het algemeen moet ik bekennen dat Palestijnen hele aardige, gastvrije mensen zijn. Soms gebeurde het dat in de bus een Palestijnse jongeling naar je toe kwam, en geïnteresseerd vroeg waar je vandaan kwam, en wat je hier kwam doen.  Gaandeweg kreeg ik steeds meer sympathie voor de Nederlandse wiskundeleraar. Mijn eigen vijandsbeeld kreeg rake klappen.

Nog wat verder zuidelijk raakten we in een soort bomded out, puin gebied. Met allerlei borden die je niet begrijpt. Na wat rondklimmen, verscheen er opeens over een naburige weg, met hoge snelheid een jeep. Een man begon drukke gebaren te maken. Dat we naar hem toe moesten komen, maar langzaam… Uiteindelijk begrepen we dat we in een mijnengebied hadden gelopen. Ten slotte hebben we in goede gezondheid Jeruzalem bereikt.

Dat vond ik een fijne zin. Ten slotte hebben we in goede gezondheid Jeruzalem bereikt.

Hoe is het met u, deze dagen? Ik ben net weer door het huilen heen. Het begon zondag, tijdens een massage, en het begon maandagochtend gewoon weer. Zelfs op de tafel bij de cranio sacraal therapeut bleef ik gewoon huilen en ook daarna, op de fiets, weer. Toen ben ik er ook nog eens veel bij gaan slapen. Dat was fijn.

Ik geloof dat ik het me gisteren realiseerde. Dat ik het 2de jaar na Lucas’ dood zo verraden heb gevoeld. En hoe dat nou toch kon. De liefste mensen deden ineens dingen waar ik me zó onbegrepen door voelde. En als ik niet oppaste, kon ik daarmee alle liefde die ik daarvóór kende, ontkennen. Daar was dus iets niet mee in de haak, maar ik kon er maar niet mee verder. Terwijl ik echt had gedacht dat ik door alles wat ik geleerd had tijdens het huwelijk met Lucas daar echt overheen kon.

Maar nu besefte ik, dat Lucas eigenlijk de veiligheidsbuffer was tussen mij en de wereld. En dat het hetzelfde was als toen m’n vader overleed. Dát hij overleed gaf mij geen emotionele reactie. Maar dat ik daarna werd uitgenodigd om mee naar Nibbik te komen, waar we dan met het hele gezin zouden zijn, sloeg de paniek toe. Ik kon alleen maar “NEE! NEE! NEE!” denken als ik probeerde te zien hoe ik m’n auto die kant op zou sturen. Ik moest er niet aan denken om zonder hem met m’n broers en zussen en m’n moeder te zijn. Toen begreep ik helemaal niet waar dat van kwam. Later heb ik dat gesnapt. Hoe mijn vader mij had gezien in een situatie thuis, waar ik de aansluiting met iedereen was kwijtgeraakt.

En nu groeide ik langzaam naar wéér een situatie, waar ik de aansluiting met iedereen kwijtraakte. En besefte ik dus dat Lucas degene was waardoor ik me met steeds meer vertrouwen  in de wereld ging begeven. En ik werd zo kwaad op die wereld, omdat ze me voorschreven hoe het moest zijn als Lucas dood was. Dat ik hem moest missen. Dat ik moest denken aan wat ik niet meer kon met hem. Terwijl ik toch echt eigenlijvig had gevoeld hoe het was toen hij dood ging: dat hij nu met mij was samengevallen.

Ik ben er stiekem in gaan geloven dat ik hem buiten mij moest zoeken, om het gevoel van “kwijt zijn” te vinden dat me aangeraden werd. Maar goddank, goddank is m’n richting weer naar binnen gegaan. Naar m’n lijf. Niet om hem te zoeken. Maar om de veiligheid van het plezier en vertrouwen in m’n lijf. Wat eigenlijk misschien toch wel hem zoeken is. En waarvan ik ook niet meer zeker wist of het te vertrouwen was. Of ik zijn sterven als verraad van het lichaam moest beschouwen…

Hoe het ook zij: het huilen is opgedroogd. Ik kon weer een voorzichtig toevoeginkje doen aan m’n groeiende boek. En ik kan weer een belofte na komen aan u, door het Jeruzalem op te sturen. Dan denk ik altijd: m’n schuldgevoel kan zeker wel weer wat losser, als ik weer een belofte kan opzoeken die hem op spanning heeft gebracht.

Laat ik dan maar eindigen met dit mysterieuze.

Veel liefs!