lieve ome Jan,
de hele Pasen door vertel ik m’n vriendinnen over onze ontmoeting. Hoe u mijn corona-begroeting wegwuifde en overging op normaal. Hoe ik gewoon maar ging zitten huilen bij u. En hoe u vroeg wat er met me was.
Vooral hóe u vroeg wat er met me was. Want dat voelde alsof ik bij een echte biechtvader zat. Ik ben van de lichting die niet meer hoefde te biechten. Dus ik heb nooit tegenover een biechtvader gezeten. Ik heb alleen gezien, dat die altijd naar zonden vroegen. Maar u vroeg me niet naar m’n zonden. U vroeg naar waar ik het contact mee miste. Alsof het niet over het verdriet van dat moment ging, maar over de oorsprong van dat verdriet. Over de eerste keer dat dat verdriet in m’n leven was gekomen.
En ook al vertelde ik over de meest recente vorm waar dat verdriet in naar boven gekomen was, toch voelde het daarna, alsof dat eerste oudste verdriet ook gerust was. Ik merkte het eigenlijk, omdat ik niet bang werd dat ik iets verkeerd had gedaan, door onze persoonlijke inschatting van begroeting en afscheid boven de voorschriften van de corona-regels.
Het heeft me een gevoel van waarlijk opgestaan gegeven, deze Pasen.
En zie ik het nu goed? Dat museum in Noord-Scharwoude, heet dat het Sint Jansmuseum???!! Dat zou ik dan helemaal vinden passen, met de dankbaarheid die ik vandaag naar u voel.
Veel liefs,